Mededinging

Franchise-relaties alsmede overige distributievormen zijn in wezen overeenkomsten waarbij twee of meer - elk in een verschillend stadium van de produktie- of distributieketen - werkzame ondernemingen partij zijn. De overeenkomsten hebben veelal betrekking op de voorwaarden waaronder partijen bepaalde produkten of diensten kunnen kopen, verkopen of doorverkopen. Kort gezegd zijn dit verticale overeenkomsten. In dit kader is naast het Nederlandse Mededingingsrecht ook het Europese recht van belang. De nieuwe verordening heeft als doel diverse verticale overeenkomsten, waaronder franchise-overeenkomsten, vrij te stellen van het algemene verbod van artikel 81 lid 1 van het EG-verdrag. Dit artikel behelst, kort gezegd, een algeheel verbod op het overeenkomen van mededingingsbeperkende maatregelen.

De verordening is slechts van toepassing onder de voorwaarde dat het marktaandeel van de franchisegever en de aan de franchisegever verbonden ondernemingen op de relevante markt niet meer dan 30% bedraagt. Indien de betrokken ondernemingen voldoen aan die voorwaarde, alsmede enige overige basisvoorwaarden zoals opgenomen in de verordening, zijn de ondernemingen in beginsel vrij om mededingingsbeperkende maatregelen overeen te komen. Enige mededingingsbeperkende maatregelen zijn echter in de verordening specifiek uitgesloten. Bepalingen die ingevolge de verordening niet zijn toegestaan, zijn onder meer die bepalingen die zien op het vaststellen van een wederverkoopprijs, op het beperken van de verkoop van bepaalde produkten of diensten, op verplichtingen om na het einde van een overeenkomst geen produkten of diensten te produceren, te verkopen, of te distribueren, alsmede een non-concurrentiebeding. Overigens is een non-concurrentiebeding onder omstandigheden gedurende een bepaalde periode wel mogelijk, mede op grond van andere mededingingsrechtelijke insteken.

De nieuwe verordening heeft kortom de nodige consequenties voor bestaande alsmede nieuwe franchise-organisaties. Ludwig & van Dam franchise advocaten is gaarne bereid u nader te informeren omtrent de mogelijkheden en onmogelijkheden die voortvloeien uit de nieuwe Europese groepsvrijstellingsverordening.

Tenslotte is in dit kader van belang dat de Europese Commissie ook verordeningen met betrekking tot horizontale samenwerkingsvormen heeft geïntroduceerd. Hierbij dient gedacht te worden aan gemeenschappelijke inkoop en reclame zonder dat hier sprake is van een franchisegever of een vergelijkbare figuur. In de bij de verordeningen behorende richtlijnen worden specifiek inkoopovereenkomsten en commercialiseringsovereenkomsten besproken. Ludwig & van Dam franchise advocaten volgt de ontwikkelingen dienaangaande van de Europese Commissie op de voet en is dan ook in staat om u op het gebied van het mededingingsrecht te adviseren en indien nodig te begeleiden bij eventuele toetsingen door de Nederlandse Mededingingsautoriteit dan wel de Europese Commissie.