Hoofdstuk in boek NFV over import en export van franchiseformules, geschreven door mr. Th.R. Ludwig - 4 november 2014

mr. Th.R. Ludwig

Hoofdstuk 13

Erecode impliciet van toepassing op master-franchiseovereenkomsten?

Theodoor Ludwig

 

Inleiding.

Master-franchiseovereenkomsten plegen niet zelden omvangrijk te zijn. De veelal Angelsaksische overeenkomsten bevatten doorgaans uitgebreide bepalingen met betrekking tot intellectuele eigendomsrechten, tussentijdse beëindigingsmogelijkheden, aanvullende inspanningsverplichtingen et cetera. Veel van deze verplichtingen hebben direct of indirect effect op de relatie tussen de master-franchisenemer en zijn individuele franchisenemers. Indien bijvoorbeeld een van de vele tussentijdse beëindigingsmogelijkheden door een master‑franchisegever jegens zijn master-franchisenemer zou worden geëffectueerd, kan dit leiden tot een tussentijds einde van de franchiseovereenkomsten tussen de master-franchisenemer en zijn individuele franchisenemers. In de praktijk blijken relevante verplichtingen uit de master-franchiseovereenkomst veelal niet doorgeleid naar de franchiseovereenkomsten tussen de master-franchisenemer en zijn individuele franchisenemers.

Relatie Erecode en master-franchiseovereenkomst.

Op zichzelf genomen is de Europese Erecode inzake Franchising, zoals toegepast door de diverse landelijke franchiseverenigingen en onderschreven door de European Franchise Federation (EFF) niet van toepassing op de relatie tussen een franchisegever en zijn master-franchisenemer, aldus artikel 6 van de Europese Erecode inzake Franchising. In hetzelfde artikellid wordt echter de Europese Erecode van toepassing verklaard op de relatie tussen de master-franchisenemer en zijn individuele franchisenemers: “Omdat een master-franchisenemer optreedt als franchisegever in de relatie met zijn individuele franchisenemers is deze Erecode eveneens van toepassing op die relatie.”

In artikel 5 lid 3 van de Erecode wordt voorts het volgende gesteld: “Alle overeenkomsten en contractuele regelingen in verband met de franchiserelatie dienen gesteld te zijn, of vertaald door een beëdigd vertaler, in de officiële taal van het land waar de individuele franchisenemer gevestigd is. Ondertekende overeenkomsten dienen onmiddellijk aan de franchisenemer ter hand gesteld te worden.”

In artikel 5 lid 4 is daarnaast bepaald: “Duidelijk, ondubbelzinnig en eerlijk, te vermelden welke de respectieve verplichtingen en verantwoordelijkheden zijn van beide partijen, evenals alle andere belangrijke voorwaarden van de samenwerking.”

Aldus mag op grond van de Erecode gerechtvaardigd geconcludeerd worden dat een master-franchisenemer gehouden is alle relevante voorwaarden uit de master-franchiseovereenkomst ten bate van zijn individuele franchisenemers kenbaar te maken aan de franchisenemers. Artikel 5 lid 4 gebiedt voorts dat deze verplichting niet alleen beperkt is tot de inhoud van de master-franchiseovereenkomst, maar tevens ziet op “alle andere belangrijke voorwaarden van de samenwerking”. Hierbij valt onder meer te denken aan businessplannen, nadere uitvoeringsovereenkomsten, handboeken et cetera. In de praktijk is de relatie tussen de master‑franchisegever en de master-franchisenemer natuurlijk van eminent belang. De ontwikkeling, voortgang en evaluatie van die relatie is van directe betekenis voor de franchisenemers die op hun beurt weer afhankelijk zijn van de master-franchisenemer. Aldus is een master-franchisenemer op grond van de Erecode verplicht zijn franchisenemers “duidelijk, ondubbelzinnig en eerlijk” te informeren omtrent die voortgang. Dit kan bijvoorbeeld betrekking hebben op productinnovatie, trainingsmethodieken, zich wijzigende marketingstrategieën et cetera, maar ook lange termijn ontwikkelingen, zoals een eventueel op handen zijnde overdracht van het bedrijf van de master-franchisegever, dienen door de master-franchisenemer transparant en wel te worden gecommuniceerd aan de franchisenemers in het land in kwestie.

Spanningsveld master-franchisegever – master-franchisenemer – franchisenemers.

De master-franchiseovereenkomst bevat in de praktijk echter doorgaans zeer vergaande clausules met betrekking tot geheimhouding. Te bepleiten valt dan ook dat absolute geheimhoudingsclausules ten minste worden genuanceerd in die zin dat de master-franchisenemer volledig in de gelegenheid wordt gesteld om franchisenemers open en eerlijk te kunnen informeren. Overigens is ook zonder toepassing van de Erecode op de relatie tussen een master-franchisenemer en zijn individuele franchisenemers de master-franchisenemer hiertoe gehouden. Indien essentiële ontwikkelingen voor het bedrijf van de franchisenemer worden verzwegen door de master-franchisenemer (die tevens functioneert als franchisegever in zijn relatie tot de franchisenemers in het land in kwestie), is dit op zichzelf genomen in beginsel reeds onrechtmatig, tenzij gerechtvaardigde omstandigheden aan de orde zijn. Op grond van Nederlandse wetgeving, alsmede op grond van wetgeving van ons omringende landen, wordt aan die bijzondere omstandigheden echter niet snel toegekomen. Hetzelfde geldt voor nader ontwikkelde normering in dit kader op grond van diverse jurisprudentie in diverse landen, alsmede diverse staten van de Verenigde Staten van Amerika.

Invloed Erecode op master-franchiseovereenkomst.

Redenerend langs deze weg zijn vanzelfsprekend meerdere, en wel beschouwd vele, bepalingen uit de Erecode indirect en direct van invloed op de relatie tussen de master-franchisegever en de master-franchisenemer, aangezien alle bepalingen uit de Erecode door de master-franchisenemer in zijn hoedanigheid van franchisegever direct en onvoorwaardelijk dienen te zijn vervat in de franchiseovereenkomsten tussen de master-franchisenemer en zijn individuele franchisenemers. Te denken valt bijvoorbeeld aan artikel 5 lid 5 8e bullet point. Deze bepaling luidt als volgt: “De overeenkomst dient ten minste de volgende essentiële bepalingen te bevatten: de gronden voor een verlenging van de overeenkomst”. Zo dient de master-franchisenemer geen overeenkomsten te sluiten met zijn individuele franchisenemers die op enigerlei wijze op gespannen voet kunnen staan met de bepalingen uit de master-franchiseovereenkomst. Let wel: het gaat hier niet alleen om eventuele gronden van verlenging uit de master-franchiseovereenkomst die van belang kunnen zijn voor de franchiseovereenkomsten tussen de master-franchisenemer en de individuele franchisenemers; een en ander kan tevens betrekking hebben op al dan niet tussentijds bij te stellen targets tussen de master-franchisegever en de master-franchisenemer, in de ogen van de master-franchisegever ongerechtvaardigde aanpassingen door de master-franchisenemer van de franchiseformule in het land in kwestie et cetera. Met betrekking tot de bepalingen, nadere ontwikkelingen en verwachtingen in dit kader is de master-franchisenemer op grond van de Erecode verplicht zijn individuele franchisenemers gaaf en onvoorwaardelijk te informeren.

Hetzelfde geldt voor het eveneens in artikel 5 lid 5 bepaalde met betrekking tot “de duur van de overeenkomst, die lang genoeg dient te zijn om de individuele franchisenemer in staat te stellen zijn initiële franchise-investeringen te amortiseren” en “bepalingen betreffende beëindiging van de overeenkomst”. Voor deze bepalingen geldt dezelfde redenering: de master-franchisenemer kan geen master-franchiseovereenkomst met de master-franchisegever sluiten indien deze overeenkomst dusdanige tussentijdse beëindigingsmogelijkheden bevat dat dit risicovol kan zijn met betrekking tot de verplichting die de individuele franchisenemer in staat dienen te stellen zijn franchise-investeringen terug te verdienen. Hier komt nog bij dat op grond van dezelfde Erecode, in combinatie met de in de jurisprudentie ontwikkelde norm de master-franchisenemer gehouden is “financiële ramingen c.q. prognoses, indien beschikbaar” (artikel 4 lid 3 sub 5) ter beschikking dient te stellen aan de franchisenemers. Deze prognoses dienen dan wel in lijn te zijn met hetgeen hieromtrent eventueel bepaald is in de master-franchiseovereenkomst, in de ruimste zin des woords.

Conclusie en aanbeveling.

Indirect is de Europese Erecode aldus van verregaande invloed op de master-franchiseovereenkomst, gezien het feit dat de master-franchisenemer volledig gebonden is aan de Erecode in zijn relatie tot de franchisenemers in brede zin, derhalve niet alleen beperkt tot de individuele franchiseovereenkomsten. Teneinde te voorkomen dat een master‑franchisenemer in een nodeloze, statusloze spagaat blijft verkeren is het dan ook beter de Erecode op dit onderdeel aan te passen en artikel 6 laatste alinea, die thans luidt: “De Erecode is niet van toepassing op de relatie tussen een franchisegever en zijn master-franchisenemer” te wijzigen in: “de Erecode is eveneens van toepassing op de relatie tussen een franchisegever en zijn master-franchisenemer in al zijn facetten. De master-franchisenemer zal de franchisenemers volledig en open informeren omtrent de inhoud van de master-franchiseovereenkomst, voor zover relevant voor de individuele franchisenemers, alsmede volledig en eerlijk informeren omtrent alle relevante voorwaarden en ontwikkelingen in de relatie tussen de master-franchisenemer en de master-franchisegever, voor zover relevant voor de individuele franchisenemers”.

Terzijde zij opgemerkt dat nog wel eens wordt betoogd dat de Erecode in rechte niet afdwingbaar zou zijn. Dit is echter wel het geval, indien partijen nadrukkelijk verklaren dat de status van de Erecode dezelfde is als die van de franchiseovereenkomst en/of master-franchiseovereenkomst, te weten een partijen volledig bindend document. Overigens zijn de franchisegevers-leden van de Nederlandse Franchise Vereniging (NFV) conform de statuten van de NFV welbeschouwd ook gehouden om op dergelijke wijze met hun franchisenemers te contracteren. Vanzelfsprekend geldt dit niet alleen voor internationale verhoudingen, maar kunnen diverse landen en nationale franchiseverenigingen aldus op vrij eenvoudige wijze de Erecode volledig bindende werking verschaffen tussen de franchisegever en de franchisenemers, respectievelijk tussen de master-franchisenemer en de franchisenemers én tussen de master-franchisenemer en de master-franchisegever, waar deze ook gevestigd moge zijn. Indien de master-franchisenemer hier niet aan meewerkt, moge op grond van het bovenstaande duidelijk zijn dat hij reeds op voorhand handelt in strijd met de Erecode; en getuige al het bovenstaande is dit ook het geval indien artikel 6 van de Erecode laatste alinea niet zou worden gewijzigd.

 

Mr. Th.R. Ludwig – Franchiseadvocaat

Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies. Wilt u reageren? Ga naar ludwig@ludwigvandam.nl