franchisenemer

mr. A.W. Dolphijn

franchiseovereenkomst, prognose, franchisenemer, franchisegever 

Wie moet bewijzen dat de prognose van de franchisegever ondeugdelijk is? In beginsel is dat de franchisenemer. Als de franchisenemer een beroep doet op de Wet Acquisitiefraude, dan kan het zijn dat de bewijslast omgekeerd wordt. De franchisegever, en dus niet de franchisenemer, zal in dat geval moeten bewijzen dat de afgegeven prognose niet misleidend was.

A.W. Dolphijn

Franchisenemer, franchiseovereenkomst, concurrentiebeding, opzegging, beëindiging

In franchiseovereenkomsten is soms bepaald dat de franchisenemer verplicht is om aangekochte activa bij het einde van de franchiseovereenkomst terug te verkopen. Wat als de franchisenemer de activa voor het einde van de franchiseovereenkomst aan een ander heeft verkocht? Over die vraag oordeelde de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland 29 december 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:6793.

mr. A.W. Dolphijn

franchisegever, franchisenemer, franchiseformule, zorgplicht

De Wet Kwaliteit, Klachten en Geschillen Zorg (WKKGZ) schept de mogelijkheid dat van overheidswege maatregelen worden opgelegd aan zorginstellingen om de benodigde kwaliteit van de zorg te waarborgen. Kan nu ook aan een franchisegever een dergelijke maatregel van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd worden opgelegd? Hierover oordeelde de rechtbank Rotterdam 25 januari 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:495

Franchisenemer, franchisegever, franchise-reorganisatie, franchiseherstructurering, herinvestering, franchisenemerscollectief

 

mr. A.W. Dolphijn

franchisenemer, franchisegever, franchiseformule, franchiseovereenkomst, non-concurrentiebeding

Hoe scherp dient een non-concurrentiebeding te zijn bij de verkoop van een franchiseonderneming aan de franchisegever? Die vraag was aan orde in een geschil waarin de rechtbank Gelderland op 6 september 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:68800 oordeelde.

mr. A.W. Dolphijn

franchisenemer, franchisegever, franchiseformule, franchiseovereenkomst, non-concurrentiebeding

Alhoewel een non-concurrentiebeding in een franchiseovereenkomst geldig geformuleerd is, kan er toch een situatie ontstaan die dermate diffuus is dat de franchisegever er geen beroep op kan doen. Zie de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 oktober 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:8777. 

mr. D.L. van Dam

Het zal niemand zijn ontgaan, zeker het laatste jaar kan niet anders worden geconcludeerd dan dat de Nederlandse economie zich weer fors in de lift bevindt. Met name in de retail is dat merkbaar: alom wordt gewag gemaakt van steeds mooiere omzetten en resultaten. Ook de horeca bloeit als nooit tevoren.

mr. A.W. Dolphijn

franchiseovereenkomst, prognose, franchisenemer, franchisegever 

mr. A.W. Dolphijn

franchiseovereenkomst, franchisegever, franchisenemer, huurovereenkomst, opzegging, collectief

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 31 oktober 2017 voor negentien franchisenemers gelijkluidende arresten gewezen (ECLI:NL:GHARL:2017:9453 t/m ECLI:NL:GHARL:2017:9472). Van één van deze zaken was reeds de uitspraak in eerste aanleg van de rechtbank Gelderland van 22 januari 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:377, gepubliceerd.

mr. A.W. Dolphijn

franchiseovereenkomst, franchisegever, franchisenemer, huurovereenkomst, opzegging

In een kwestie bij het gerechtshof Amsterdam 26 september 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:3900 (Seal & Go) vorderde een franchisenemer een vergoeding van goodwill (ex artikel 7:308 BW) nadat de franchisegever de huurovereenkomst had opgezegd, om de exploitatie van de onderneming zelf voort te zetten.

Inhoud syndiceren